NAT02 - Toiture extensive_top

Voorziening | Extensief groendak

Extensief groendak

Hoppa © Bernard Boccara

Het extensieve groendak heeft een substraatdikte van 5 tot 10 cm. Daarom kunnen er alleen planten met oppervlakkige wortels op groeien, zoals mossen, vetplanten of bepaalde grassen. Het belangrijkste voordeel van dit type dak ten opzichte van een intensief of semi-intensief dak, is het lagere gewicht, waardoor het in veel gevallen kan worden aangelegd, zelfs bij renovatie. Deze fiche gaat vooral over extensieve groendaken op platte, ‘warme' daken, maar ook op hellende daken.

Wat zijn de verschillende componenten van een extensief groendak?

De componenten van een groendak zijn in theorie vrij eenvoudig, maar omdat er veel verschillende producten op de markt zijn, tegen alle mogelijke prijzen, is het in de praktijk veel complexer. Voor een optimaal resultaat en een langdurige bescherming van de gebouwstructuur, moeten de onderstaande componenten zorgvuldig worden afgestemd op de technische kenmerken van de locatie (helling, blootstelling enz.).

Bovendien gebruiken ontwerpers van groendaken bij voorkeur duurzame en/of gerecycleerde materialen (EPDM-membraan, draineerlagen met gerecycleerde materialen, substraat van gemalen baksteen enz.).

Samenstelling van een extensief ‘warm’ groendak

TV 229 © WTCB

Ondergrond

Een extensief dak wordt vaker gekozen vanwege het lage gewicht. Extensieve daken wegen weinig omdat de lagen dun zijn. In het algemeen is het niet nodig om een aangepast dak te bouwen, maar bij renovatie is het raadzaam om altijd het draagvermogen van het dak te controleren.

Er zijn meerdere ondergronden mogelijk voor een groendak (hout, metaal, betonplaat enz.). Het belangrijkste is dat het dak bestand is tegen de extra belasting van het extensieve groendak (30 tot 100 kg/m²).

Voor meer informatie over de extra belasting van een groendak: Dossier | Een groendak realiseren > Gewichtsbelasting

Dampscherm

Gewoonlijk wordt het dampscherm tussen het dragende element en de isolatie aangebracht, om te voorkomen dat vocht uit de bouwelementen (beton enz.) of uit de ruimten onder het dak opstijgt en in de isolatie dringt. Anders kan de isolatie vochtig worden en de wortels van het groendak aantrekken, wat het afdichtingsmembraan kan beschadigen.

Voor meer informatie over het dampscherm in nieuwbouw of renovaties:  Voorziening | Isolatie van een plat dak

Isolatie

De keuze van de isolatie hangt af van:

  • de isolatietechniek van het dak:

    • warm dak

      • het meest voorkomende systeem;
    • omkeerdak en gecombineerd dak

      • gebruikt bij renovatie;
      • de isolatie moet zeer waterbestendig zijn en is daarom bij voorkeur van synthetische oorsprong;
    • koud dak

      • af te raden techniek;
  • het type dragend element:

    • losse of flexibele isolatie (geëxpandeerd perliet, minerale wol enz.), die alleen in een frame kan worden geplaatst;
    • hardere isolatie, die op elk dragend element kan worden geplaatst (kurk, cellenglas, polyurethaan (PUR), polyisocyanaat (PIR), geëxpandeerd polystyreen (EPS), geëxtrudeerd polystyreen (XPS), fenolschuim (PF));
  • de voorziene belasting:

    • de isolatie moet een druksterkte hebben die aangepast is aan de belasting.

Warm dak - Omkeerdak - Niet-geïsoleerd dak

TV 229 © WTCB

Voor meer informatie over isolatietechnieken (nieuwbouw of renovatie), voor- en nadelen en aandachtspunten: Voorziening | Isolatie van een plat dak.

Voor meer informatie over de keuze van de isolatie: Dossier | Duurzame keuze van thermische isolatiematerialen.

Afdichting

Er bestaan drie soorten afdichtingsmaterialen:

  • synthetisch: elastomeren (EPDM enz.), plastomeren (PVC enz.), thermoplastische elastomeren (TPO enz.);
  • polymere bitumen;
  • vloeistoffen op basis van: polyurethaan, polyester, harsen of emulsies.

Risico op worteldoorboring ter hoogte van de overlapingen bij afdichtingen voorzien van een koper- of aluminium-folie

Risico op worteldoorboring ter hoogte van de overlapingen bij afdichtingen voorzien van een koper- of aluminium-folie

TV 229 © WTCB

Sommige afdichtingsmaterialen, zoals EPDM of bepaalde bitumen, zijn wortelwerend. Als de voegen goed zijn uitgevoerd, is het niet nodig om een wortelwerend membraan te plaatsen. Het bitumen mag geen herbiciden bevatten. Verder moet de afdichting rondom het dak tot ten minste 15 cm boven het zichtbare niveau van het substraat doorlopen.

Voor meer informatie over de afdichting van een groendak: Dossier | Een groendak realiseren > Samenstelling

Meer informatie over de soorten afdichting: Voorziening | Bekleding voor platte daken

Beschermende laag voor afdichting

Deze wortelwerende laag is niet verplicht maar wordt aanbevolen. Ze bestaat doorgaans uit non-woven geotextiel met genaaide verbindingen en hoge drukvastheid, dat moeilijk doordringbaar is (van 300 tot 600 g/m²).

Deze bescherming kan uit het volgende bestaan:

  • non-woven geotextiel met een hoge ponsweerstand;
  • membraan van kunststof (PVC, polyethyleen enz.);
  • een paneel van gerecycleerd rubber (10 tot 20 mm dik);
  • mastiekasfalt;
  • enz.

Deze laag slaat ook een deel van het water op en is beschikbaar in gerecycleerde materialen. In sommige gevallen wordt ze direct in het materiaal van de draineerlaag verwerkt.

Draineerlaag

Deze laag maakt het mogelijk om een deel van het water op te slaan en beschikbaar te stellen voor de planten, terwijl overtollig water wordt afgevoerd. De draineerlaag moet zo licht mogelijk zijn en toch voldoende druksterkte hebben, vooral voor begaanbare daken. 

De draineerlaag kan bestaan uit:

  • poreuze minerale aggregaten met een hoge waterdoorlatendheid (geëxpandeerde klei, geëxpandeerde schalie of puzzolaan);
  • een agglomeraat van materialen;
  • voorgevormde draineermodules van kunststof, al dan niet gevuld met agglomeraten;
  • een bed van verstrengelde en thermogelaste synthetische vezels;
  • een opgeblazen en vervolgens geëgaliseerd drainerend aggregaat.

Filterlaag

De filterlaag moet voldoende weerstand bieden tegen scheuren en ponsen, met name door sterke, houtachtige wortels.

De filterlaag kan bestaan uit:

  • geotextiel: een non-woven vlies van polyestergaren of een weefsel van polypropyleenvezels;
  • een vlies van glasvezels, gebonden door kunsthars.

Deze laag is niet altijd nodig bij het plaatsen van voorbegroeide matten (vetplanten en mossen) in combinatie met een voldoende drainerend substraat. In dat geval wordt het substraat (bv. puimsteen) in de holtes van de draineerlaag geplaatst.

Substraat

Substraten bestaan uit een mix van:

  • poreuze minerale aggregaten: deze zijn licht, houden veel water vast en zorgen toch voor voldoende drainage:

    • lavasteen;
    • puimsteen;
    • klei;
    • geëxpandeerde klei;
    • geëxpandeerde schalie;
    • zand;

    enz.

  • organisch materiaal (minder dan 20%, om de ontwikkeling van de planten te beperken).

Opgelet: met substraten van ongeveer 10 cm dik is een uitgebreider plantenpalet mogelijk en is er meer ruimte voor wortelontwikkeling.

Voor meer informatie over soorten substraten: Dossier | Een groendak realiseren > Samenstelling

Planten

De te selecteren variëteiten komen overeen met harde planten:

  • die bestand zijn tegen extreme weersomstandigheden: hitte, droogte, koude en wind;
  • die maar weinig substraat nodig hebben en geen substraatverbeteraar;
  • die weinig onderhoud vergen.

Leefmilieu Brussel stelt een ‘lijst van inheemse aanbevolen plantensoorten' voor, waarvan een deel gericht is op variëteiten voor extensieve groendaken.

Om het dak begaanbaar te maken, is het van essentieel belang om er looppaden op aan te leggen, want planten op groendaken zijn over het algemeen niet bestand tegen betreding.

Implementatie van een extensief groendak

Implementatie van een extensief groendak

Lutherstraat © Julien Kessler

Implementatie van een extensief groendak

Lutherstraat © Julien Kessler

Voorbeelden van vegetatie op extensieve groendaken

Voorbeelden van vegetatie op extensieve groendaken

Hoppa © Bernard Boccara

Voorbeelden van vegetatie op extensieve groendaken

Léon Cuissezstraat © Yvan Glavie

Voorbeelden van vegetatie op extensieve groendaken

Toekomststraat © Bernard Boccara

Welke technieken bestaan er om de planten aan te brengen?

Met de hand zaaien

Deze methode is het meest geschikt voor grassen en is ook de goedkoopste. Toch moet er tijdens de uitvoering aandacht uitgaan naar enkele punten: verspreiding door wind of regen; ongelijke verdeling; regelmatige bewatering achteraf.

Ook planten die gemakkelijk wortelen uit kleine stekken (vetplanten enz.), kleine bollen (bieslook enz.) of jonge scheuten kunnen met de hand worden geplant.

Voor grote oppervlakken en vooral hellingen kan de ‘hydroseeding'-techniek worden gebruikt. Daarbij wordt een stabieler en homogener vloeibaar mengsel van zaden, water en gel op het dak gespoten.

Directe aanplant

De directe aanplant van jonge planten is duurder maar geeft betere resultaten dan met de hand zaaien, vooral in de eerste jaren, in het geval van een klein dak.

Voorgeteelde matten

Voorgeteelde matten bestaan uit een dun substraat op een flexibele ondergrond (geotextiel enz.), waarop vooraf een mengsel van planten is geteeld, door middel van zaaien of stekken, zodat ze klaar zijn om te worden geplaatst.

Hoewel die techniek de mislukkingen van vegetale ontwikkeling zo klein mogelijk houdt, blijkt hij duurder te zijn, de vegetale diversiteit te beperken en meestal tot stand te komen via weinig milieuvriendelijke technieken (selectieve onkruidbestrijders, schimmelwerende middelen, synthetische meststoffen, verlies van bodem en landbouwgronden).

Wat zijn de bijzondere kenmerken van extensieve groendaken op hellende daken?

Extensieve daken worden vaak op platte daken geplaatst, maar zijn ook geschikt voor daken met een helling tot 35°. Speciale verankeringsmiddelen zijn dan vereist. Bovendien is het onderhoud moeilijk op hellingen van meer dan 10°.

  • helling < 10º: mogelijkheid om een extensief dak aan te leggen op een gladde afdichting (PVC);
  • helling tussen 10° en 20°: mogelijkheid om een extensief dak aan te leggen op een ruwere afdichting (EPDM) of gebruik te maken van een speciale verankeringsvoorziening (riemen, latten, platen, roosters enz.);
  • helling van meer dan 30°: er moeten speciale bevestigingssystemen gebruikt worden, vooral voor korrelige materialen;
  • watergehalte: omdat water door de zwaartekracht afzakt, is het watergehalte in het substraat verschillend tussen de nok (droger) en de onderkant van het dak (vochtiger). Het is raadzaam om deze verschillen te benutten in de plantenkeuze.

Samenstelling van een extensief ‘warm’ groendak  met Bevestigingssysteem tegen verschuivingen

Plaatsing van een extensief groendak op een hellend dak met bevestigingssystemen

Plaatsing van een extensief groendak op een hellend dak

Crèche n°9 © Yvan Glavie

Plaatsing van een extensief groendak op een hellend dak van +/-20° zonder bevestigingssystemen

Plaatsing van een extensief groendak op een hellend dak van +/-20°

Navez-wijk © Vanden Eeckhoudt - Creyf architecten

Plaatsing van een extensief groendak op een hellend dak van +/-20°

Navez-wijk © Vanden Eeckhoudt - Creyf architecten

Plaatsing van een extensief groendak op een hellend dak van +/-20°

Navez-wijk © Yvan Glavie

Waar moeten we nog op letten voor extensieve groendaken?

Voorbeelden van extensieve groendaken

Voorbeelden van extensieve groendaken

Hoppa © Bernard Boccara

Voorbeelden van extensieve groendaken

Hoppa © Bernard Boccara

Voorbeelden van extensieve groendaken

Fierlantstraat © Bernard Boccara

Voorbeelden van extensieve groendaken

Zinneke II © Bernard Boccara

Voorbeelden van extensieve groendaken

Zinneke II © Bernard Boccara

Voorbeelden van extensieve groendaken

BS KA © Yvan Glavie

Meer weten

In de Gids

Andere publicaties van Leefmilieu Brussel

Bibliografie

Websites

bijgewerkt op 12/02/2020

Code n° : G_NAT02 - Thema's : Natuurontwikkeling - Gerelateerde project components : Dak