NAT04_top

Dossier | Habitat bieden aan fauna

Habitat bieden aan fauna

Bron: klaaskuiken.nl

In elk renovatie- of nieuwbouwproject in een stedelijke omgeving moeten de bescherming van de bestaande dierlijke habitats en de integratie van vervangingshabitats het voorwerp zijn van een zorgvuldige analyse.

Dit dossier behandelt de integratie van nestkasten voor vogels en schuilplaatsen voor vleermuizen voornamelijk op het niveau van de gebouwen. Het onderzoekt ook de verschillende voorzieningen voor kikvorsachtigen en reptielen, en de mogelijkheid om insectenhotels en schuilplaatsen voor beschermde zoogdieren in de omgeving van deze gebouwen in te planten.

Uitdagingen

De verdichting van de stedelijk omgeving en haar impact op het natuurlijke milieu (fragmentering, verstening, hogere temperaturen, ernstige lucht- en bodemverontreiniging, lichtvervuiling,...) zijn weinig bevorderlijk voor de ontwikkeling van de biodiversiteit.

Bovendien leiden de eisen inzake energiezuinigheid en het toenemende gebruik van materialen zoals beton of glas tot gladde gebouwen zonder de minste groef, kier of spleet waarin een bepaalde fauna zich zou kunnen nestelen (soorten die nesten bouwen onder daklijsten, in gaten en scheuren in muren, duivenpotten, ruimten onder de dakpannen,...). 

Zelfs soorten die zich geleidelijk hadden aangepast aan de omstandigheden in de stad vinden geen schuilplaats meer en beginnen te verdwijnen. Een voorbeeld is de huiszwaluw, die tot in het hart van de grote steden nesten van bolletjes aarde bouwt aan de buitenkant van gebouwen, onder de uitstek van een dak, een vensterbank of een balkon. Deze soort lijdt zwaar onder de (hoewel door de wet verboden) vernietiging van haar nesten en vindt als gevolg van de toenemende verstening van onze stadscentra geen modder meer om nesten te bouwen. Op het einde van de 20ste eeuw was de huiszwaluw bijna uit de hoofdstad verdwenen, maar nu neemt de populatie weer toe dankzij diverse initiatieven die in het Gewest genomen zijn.

Zorgwekkende cijfers

In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn ongeveer 50% van de zoogdieren, 30% van de vogels, 75% van de reptielen en amfibieën en 30% van de wilde flora kwestbaar of bedreigd.

De biodiversiteit in de onmiddellijke omgeving van de mens (huiszwaluw, huismus, mees, zwarte roodstaart, gierzwaluw, gewone pad, vleermuis, egel, insecten,...)  kan met behulp van eenvoudige voorzieningen worden gevrijwaard.

In zijn Natuurplan voorziet het Gewest "de versterking van de coherentie van het ecologische netwerk door een goede verbinding tot stand te brengen tussen en in de verschillende zones, om de soorten de mogelijkheid te geven zich naargelang van hun behoeften (zoeken van voedsel, voortplanting, migratie, enz.) van zone tot zone te verplaatsen. " Brussel is al een groene stad, maar de huidige uitdaging bestaat erin de groene zones functioneel te maken voor de biodiversiteit, door de kwaliteit van de ecosystemen te verbeteren en ze onderling te verbinden. Het is dan ook onontbeerlijk dat deze dynamiek in elk architectonisch of stedenbouwkundig project wordt opgenomen, om het gebrek aan corridors en verbindingssites te verhelpen en op die manier bij te dragen tot de ontwikkeling van het gewestelijke ecologische netwerk, door zones te scheppen waar de natuur welkom is! 

Huiszwaluw

Huiszwaluw

© Estormiz / wikimedia.org

Men moet altijd, in de mate van het mogelijke, natuurlijke habitats bewaren of creëren waar de flora en de fauna ruimten vinden om zich spontaan te ontwikkelen (zie het dossier Biodiversiteit bevorderen).

Sommige soorten zijn echter afhankelijk geworden van gebouwen, zodat we habitats moeten creëren die hun ontwikkeling bevorderen. Bovendien moeten we, wanneer het onmogelijk is om ruimten voor de natuur te reserveren (bijvoorbeeld in een dichtbebouwde omgeving), de mogelijkheid onderzoeken om de fauna habitats aan te bieden door bepaalde voorzieningen op te nemen in de gebouwen .

In dit dossier behandelen we:

  • habitats voor vogels in de vorm van nestkasten,
  • habitats voor vleermuizen en andere zoogdieren in de vorm van schuilplaatsen,
  • habitats voor insecten in de vorm van insectenhotel,
  • habitats voor kikvorsachtigen en reptielen in de vorm van groeninrichtingen,
  • habitats voor andere zoogdieren dan vleermuizen in de vorm van schuilplaatsen.

De habitats van kikvorsachtigen en reptielen vereisen een natuurlijk milieu; ze houden dus niet rechtstreeks verband met gebouwen maar wel met de aanleg van hun omgeving (vijver, plas,...).

Aanpak

De gebouwen van de vorige eeuw bevatten onbewust ruimten die de ontwikkeling van een vorm van biodiversiteit in de hand werkten. Deze biodiversiteit wordt nu bedreigd door de ontwikkeling van nieuwe bouwmethodes en -technieken. De in dit dossier voorgestelde aanpak pleit niet voor een terugkeer naar de oude bouwmethodes, maar wil oplossingen aandragen voor de integratie van voorzieningen die het verlies van habitats voor de fauna en de flora van het Gewest kunnen compenseren.

Het is belangrijk voor ogen te houden dat de biodiversiteit, net als andere aspecten van de duurzame ontwikkeling, vanaf de eerste aanzet van een bouwproject in aanmerking moet worden genomen.

Om de aantrekkingsmogelijkheden van een gebouw te evalueren en te ontwikkelen, kan men drie opties overwegen:

  1. de beplanting van gevels (zie dossier Groene gevels realiseren),
  2. de beplanting van daken (zie dossier Groendaken realiseren),
  3. de aanleg van holen (die onder meer in dit dossier ter sprake komt).

Dit dossier presenteert bovendien de verschillende mogelijkheden om op perceelniveau habitats voor kikvorsachtigen en reptielen, insecten en andere zoogdieren te integreren.

Elk project moet rekening houden met de biodiversiteit, op de eerste plaats via een strategie voor het behoud van de bestaande habitats. Als bepaalde habitats onvoldoende beschermd zijn, moet men herstelstrategieën toepassen. Pas nadat de bestaande habitats geverifieerd zijn, kan het project strategieën voor de creatie van vervangingshabitats in overweging nemen.    

De voorgestelde aanpak is niet volledig, maar maakt het mogelijk om basisprincipes op te stellen waardoor een bouwproject op lokale schaal een schakel wordt van het ecologische groene weefsel op gewestelijke schaal.

De in dit dossier voorgestelde ontwerpfases sluiten aan bij deze aanpak:

  1. Zich door een expert laten begeleiden,
  2. Identificeren of het project in een beschermde zone ligt,
  3. De aanwezige habitats en soorten beschermen,
  4. De aan te bieden vervangingshabitats identificeren,
  5. De vervangingshabitats ontwerpen,
  6. De toegang tot voedsel verzekeren,
  7. Verbindingen tussen de habitats verzekeren.

Waarom u niet?

Alle renovatie- en nieuwbouwprojecten in Brussel zijn uitstekende gelegenheden om bedreigde soorten aan te trekken die deel uitmaken van het collectieve geheugen van Brussel.

Los van de gedetailleerde analyse die nodig is om de aan te trekken soorten en de aan te bieden habitats te identificeren, is het overal in Brussel, zelfs in volle stadscentrum, sterk aanbevolen om in alle projecten het volgende op te nemen:

  • nestkasten of ' mussenvide ' om mussen aan te trekken,
  • schuilplaatsen voor dwergvleermuizen,
  • insectenhotels.

image01

In een bestaand dak geïntegreerde mussenvide: voorziening voor mussen aan de onderzijde van een schuine dakhelling (Bron: Mussen in Damme - Blog )

Begrijppen

bijgewerkt op 13/02/2017

Code n° : G_NAT04 - Thema's : Natuurontwikkeling - Gerelateerde project components : Buitenwand | Dak | Omgeving | Fauna